Net zoals een wagen, is de fiscaliteit constant in beweging. Als bedrijf is het belangrijk om rekening te houden met die veranderende fiscaliteit, aangezien ze uw wagenpark en haar aftrekbaarheid sterk kan doen wijzigen.
De juiste keuze maken voor zowel uw bedrijf als uw medewerkers is soms een moeilijke evenwichtsoefening.
Eentje die daarbovenop regelmatig opnieuw dient te gebeuren en waar de nodige tijd in gestoken dient te worden.
De Vlaamse en federale overheden zetten sterk in op een vergroening en verduurzaming van onze mobiliteit, waarbij ze consumenten en bedrijven zoveel mogelijk willen aansporen om die vergroening door te voeren in hun mobiliteitsbeleid.
Zowel België als Europa zijn hier al lange tijd mee bezig. Zo zijn er uitstootdoelstellingen bepaald voor constructeurs, zijn er lage emissiezones of LEZ’s bijgekomen in Vlaamse centrumsteden, is de BIV en verkeersbelasting beduidend lager voor elektrische of waterstofwagens en was er tot enkele jaren geleden nog een premie voor particulieren die een zero-emissievoertuig kochten.
De Belgische en Vlaamse overheid stimuleren die vergroening met fiscale maatregelen, waarbij zero-emissievoertuigen fiscaal interessant worden en daardoor met een eventueel hoger aankoopprijs, een stuk goedkoper uitkomen dan voertuigen met een verbrandingsmotor.
Daarbovenop zullen werkgevers aan werknemers met een bedrijfswagen het mobiliteitsbudget moeten aanbieden vanaf 1 januari 2026, wat een verdere vergroening en verduurzaming van mobiliteit met zich meebrengt.
De fiscaliteit heeft niet stilgestaan in het afgelopen jaar: gunstregimes veranderen, fiscale voordelen nemen af en dezelfde wagen kan in de ene vennootschapsvorm aftrekbaar zijn, en in de andere niet meer.
De federale regering wilde namelijk de plug-in hybridevoertuigen opnieuw interessant maken voor bedrijven, maar omwille van verschillende factoren zijn ze hierop moeten terugkomen.
Opdat bedrijven door het bos de bomen nog zouden zien, hebben we hieronder een samenvatting van de huidige fiscale maatregelen per vennootschapsvorm opgelijst:
Maximale aftrekbaarheid non-zero-emissievoertuigen
| Maximale aftrekbaarheid non-zero-emissievoertuigen | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gekocht voor 01/07/2023 | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% |
| Gekocht tussen 01/07/2023 en 31/12/2025 | 100% | 75% | 50% | 25% | 0% | 0% | 0% | 0% | |
| Gekocht vanaf 01/01/2026 | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% | 0% |
Maximale aftrekbaarheid zero-emissievoertuigen
| Maximale aftrekbaarheid zero-emissievoertuigen | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Besteld voor 01/01/2027 | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% |
| Besteld in 2027 | 95% | 95% | 95% | 95% | 95% | ||||
| Besteld in 2028 | 90% | 90% | 90% | 90% | |||||
| Besteld in 2029 | 82,5% | 82,5% | 82,5% | ||||||
| Besteld in 2030 | 75% | 75% | |||||||
| Besteld vanaf 01/01/2031 | 67,5% |
Zoals bovenstaande tabel al duidelijk maakt, zal voor vennootschappen de fiscale aftrekbaarheid van non-zero-emissievoertuigen vanaf 2026 op 0% komen te staan. Dat maakt dat ook plug-in hybrides vanaf 2026 niet meer interessant zullen zijn op fiscaal vlak. Voor eenmanszaken blijft de plug-in hybride wel interessant, aangezien de fiscale aftrekbaarheid voor zelfstandigen zal berekend worden volgens de gangbare formule.
Ondanks deze kleine aanpassing, zullen elektrische wagens aan terrein blijven winnen. Dankzij het brede aanbod dat vandaag binnen VW en KIA aanwezig is, is er voor elke bestuurder wel wat wils. Werknemers die vanaf 2026 in het mobiliteitsbudget instappen, zullen dan ook keuze genoeg hebben als ze een kleinere elektrische wagen mogen kiezen.
In het kader van de vergroening, wil onze overheid het mobiliteitsbudget verplicht invoeren in België.
Dat mobiliteitsbudget geeft een medewerker die een bedrijfswagen heeft (omwille van zijn functie of die recht heeft op een bedrijfswagen omwille van zijn functie), de mogelijkheid om die in te ruilen en het desbetreffende bedrag te besteden aan verschillende vormen van duurzaam vervoer en huisvesting.
De berekening van het te besteden budget kan op verschillende manieren gebeuren: u kunt de reële kosten van de wagen gaan bekijken, maar evengoed een referentiemodel bepalen per functiecategorie.
Daarnaast mogen enkel kosten die al in uw car policy beschreven zijn, worden opgenomen. Staan de kosten er nog niet in, dan mogen ze niet meetellen naar het mobiliteitsbudget.
Voor de besteding van dat budget bent u als werkgever ook niet verplicht om alles aan te bieden. Pijler 1 is bijvoorbeeld niet verplicht, maar minstens 1 mogelijkheid uit pijler 2 en pijler 3 zijn verplicht om aan te bieden.
U leest het al, dankzij de grote keuze aan mogelijkheden kunt u het helemaal op maat van uw bedrijf opstellen, maar tegelijk zijn er heel veel vragen en verplichtingen die enige nuance vergen.
Zit u daarom met vragen over het mobiliteitsbudget en de praktische invulling ervan binnen uw onderneming?
Neem zeker contact op met onze fleetcel. Zij begeleiden u graag in het mobiliteitsbudget en de fiscaliteit van vandaag en morgen.
Het mobiliteitsbudget geeft een werknemer die recht heeft op een bedrijfswagen de mogelijkheid om die om te ruilen voor een budget. Dat budget kan dan besteed worden aan duurzamere vervoersmiddelen of wonen.